Alles wat we eten heeft directe invloed op onze darmen. Als het eten geïnfecteerd is (teveel schimmels, bacteriën of toxines bevat) dan zorgen onze darmen ervoor dat er extra vocht bij de darminhoud komt, en het snel wordt uitgescheiden (diarree). Als we weinig voedingsvezels eten, maar juist veel witbrood of andere vezelarme producten, dan gaan we vaak wat moeilijker naar het toilet (obstipatie). Als we sterke koffie drinken, kunnen we meestal juist goed naar het toilet, doordat cafeïne een laxerend effect heeft. Het eten van bonen of uien kan gasvorming veroorzaken, omdat ze zwaar verteerbaar zijn. En zo zijn er nog vele effecten die we allemaal wel kennen. Deze invloeden van voeding op de darmen duren meestal niet lang, en kunnen in gezonde darmen op korte termijn weinig kwaad.
Op lange termijn kan een verkeerde voeding de darmflora en -werking wel degelijk ernstig verstoren.
Voorbeelden van voedingsgewoonten waar de darmen niet blij mee zijn:
Om gezonde darmen te hebben, is het dus belangrijk om puur, gevarieerd en vezelrijk te eten, suiker-, alcohol- en koffiegebruik te minimaliseren en op te passen met kunstmatige zoetstoffen.
Maar omdat we op veel andere factoren géén invloed hebben (stress, antibiotica gebruik, etc.), kan een gezonde darm(flora) tóch aangetast worden. Gebruik van goede probiotica kan dan uiterst zinvol zijn.
Probiotica zijn goede, levende darmbacteriën in supplementvorm. Door deze te gebruiken na een antibioticakuur, een stressvolle periode of na een detox-kuur, kunt u de goede bacteriën in de darmflora weer aanvullen.
Om de ontwikkeling en aanhechting van de darmflora te bevorderen, zijn met name verschillende soorten voedingsvezels van belang. Vezelstoffen die de ontwikkeling van goede bacteriën in de darm stimuleren noemen we prebiotica. Een bekend prebioticum waaraan diverse heilzame eigenschappen worden toegeschreven is inuline. Inuline is vooral te vinden in artisjokken, prei, ui, arrowroot, zoete aardappelen, knoflook, aardpeer en de cichoreiwortel. Maar variatie van diverse soorten voedingsvezels uit groenten, fruit, peulvruchten en volkoren granen is het meest belangrijk, indien nodig aangevuld met probiotica.